Collectief wonen vraagt om generaties, niet om leeftijdsgenoten

Ouderen die samen wonen, werkt dat? Mooi onderzoek in Amsterdam, wat bevestigd dat bij collectief wonen een opbouw van meerdere generaties duurzamer is. Hier mijn ingezonden brief aan het NRC.

De prachtige voorbeelden in het artikel van Ingmar Vriesema laten de kwetsbaarheid zien van woonvormen die bestaan uit mensen in dezelfde levensfase. Het onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam en het Ben Sajet Centrum bevestigt dat een homogene leeftijdsgroep geen structurele oplossing biedt voor verbondenheid en zorg.

Zoals in een gewone woonwijk, ontstaat een gezonde sociale architectuur juist door een mix van generaties. Pas dit ook toe op collectieve woonvormen. Ouderen brengen levenservaring, realiteitszin en rust. Kinderen geven vitaliteit en vrolijkheid. De tussenliggende generaties dertigers, veertigers en vijftigers hebben vaak wel de energie om ouderen extra ondersteuning te bieden.
Daarom is de 420 miljoen euro in ouderenhuisvesting, die premier Jetten maandag 6 juli bekendmaakte, effectiever als deze wordt ingezet voor intergenerationele woonvormen. Combineer ouderenwoningen en gemeenschappelijke voorzieningen met studio's voor jongeren, woningen voor gezinnen en appartementen voor vijftig- en zestigplussers. Zo ontstaan gemeenschappen die in balans zijn.

Zoals in een gewone woonwijk, ontstaat een gezonde sociale architectuur juist door een mix van generaties. Pas dit ook toe op collectieve woonvormen. Ouderen brengen levenservaring, realiteitszin en rust. Kinderen geven vitaliteit en vrolijkheid. De tussenliggende generaties dertigers, veertigers en vijftigers hebben vaak wel de energie om ouderen extra ondersteuning te bieden.
Daarom is de 420 miljoen euro in ouderenhuisvesting, die premier Jetten maandag 6 juli bekendmaakte, effectiever als deze wordt ingezet voor intergenerationele woonvormen. Combineer ouderenwoningen en gemeenschappelijke voorzieningen met studio's voor jongeren, woningen voor gezinnen en appartementen voor vijftig- en zestigplussers. Zo ontstaan gemeenschappen die in balans zijn.

Een goede norm is een gemeenschap met vier generaties: jongvolwassenen, volwassenen van middelbare leeftijd, senioren en hoogbejaarden. Vier generaties vertegenwoordigd met minimaal Vier personen. Deze norm van een 4 × 4 gemeenschap geeft de sociale architectuur een fundament. Zo’n opzet maakt doorstroming mogelijk en biedt een werkelijk levensloopbestendige woonomgeving. Juist de dagelijkse nabijheid van verschillende generaties versterkt vitaliteit, wederzijdse betrokkenheid en sociale cohesie.
Bij de SCHOOL voor Leefgemeenschappen begeleiden wij startende en bestaande wooncollectieven bij het ontwikkelen van dergelijke intergenerationele gemeenschappen. Onze ervaring is dat duurzame zorg en verbondenheid niet voortkomen uit gedeelde leeftijd, maar uit gedeeld leven.

André Bikker, eindcoördinator School voor Leefgemeenschappen en adviseur bij Veni Ventus